Particulier initiatief onder de loep

Zakken met geld gaan er jaarlijks om in ontwikkelingshulp. Ruim een miljard mensen moet immers rondkomen van minder dan 1 dollar per dag. Het aantal particuliere projecten is de laatste jaren enorm gestegen, maar of doe-het-zelf ontwikkelingshulp structureel bijdraagt aan armoedevermindering wordt sterk betwijfeld.

De officiële ontwikkelingshulp is de laatste tien jaar verdubbeld. Volgens de laatste cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) gaat er meer dan 100 miljard dollar per jaar om in wereldwijde ontwikkelingshulp. Een bedrag dat volgens de prognoses de komende jaren zelfs nog zal stijgen tot zo’n 130 miljard.

500 miljoen euro
Daarnaast gaat er zo’n 500 miljoen euro om in zogeheten ‘doe-het-zelf’ ontwikkelingshulp. Het grootste deel daarvan komt in Afrika terecht. Je zou verwachten dat het continent er al een stuk beter voor staat, maar het tegendeel is waar. Afrika blijft arm. De armoede is er de afgelopen decennia zelfs toegenomen. 

Een weeshuis opnieuw inrichten, waterpompen aanbrengen voor veilig drinkwater of aids-patiënten een nieuw huis geven. Ze doen het liever zelf: veel Nederlanders zijn, vaak na een vakantie aan een ontwikkelingsland, de laatste jaren een particulier project gestart. Hoeveel dat er precies zijn is onduidelijk; schattingen lopen uiteen van 6.000 tot 15.000 particuliere initiatieven.

Wat deze doe-het-zelvers typeert is dat ze liever zelf de mouwen opstropen dan dat ze een acceptgirootje invullen. Het realiseren van een project waar je met eigen ogen kunt zien hoe het zich ontwikkelt, waar gever en ontvanger elkaar recht in de ogen aankijken. Dat is voor veel mensen meer waard dan een maandelijks bedrag storten op een gironummer.

Structurele noodhulp
Of deze projecten nou ook echt daadwerkelijk duurzaam zijn, is de vraag. Uit de conclusies van een rapport van de Nijmeegse universiteit en wetenschapper Lau Schulpen van het Centre for International Development Issues (CIDIN) blijkt namelijk dat doe-het-zelf ontwikkelingswerkers weinig professioneel te werk gaan.

Schulpen deed onderzoek in Malawi en Ghana naar de effectiviteit van kleine particuliere organisaties. Het was de eerste keer dat hier in Nederland onderzoek naar werd gedaan. Schulpen is van mening dat ontwikkelingshulp wel nodig is, maar dat het wel op een professionele manier moet worden aangepakt: ‘Het werk van particuliere ontwikkelingswerkers lijkt meer op structurele noodhulp dan op duurzame armoedebestrijding.’

De doe-het-zelvers geven op een andere manier hulp dan de reguliere ontwikkelingsorganisaties; kleinschaliger, vaak vanuit een emotie. Particuliere organisaties krijgen dan ook veel media-aandacht. In magazines en kranten lees je persoonlijk getinte verhalen met een positieve benadering.

Verreweg de organisaties laten op hun websites wel de succesverhalen zien maar geven nauwelijks verantwoording van de besteding van geworven fondsen. De informatie voor de achterban bestaat vooral uit beschrijvingen van wat er is gebeurd. Zonder dat duidelijk wordt wat dit voor de doelgroep heeft betekend.

Tunnelvisie
Vanwege de kleinschaligheid verloopt de communicatie van particuliere initiatieven op een directere manier, maar blijft het wel beperkt. ‘Veel doe-het-zelvers werken geïsoleerd en er wordt weinig tot niet samengewerkt met andere lokale, grotere organisaties. Ze weten niet wat de overheid doet, ze weten niet welke andere ontwikkelingsorganisaties er zijn en wat die doen. Velen hebben een tunnelvisie’, aldus Schulpen.

Zelfstandig
Dat hulp van mens tot mens wordt overgebracht is juist de kracht van een particuliere organisatie, meent Gerda Tervelde, bestuurslid bij de Stichting Kinderen van Uganda (KvU), een particuliere organisatie die zich sinds 1995 inzet voor Ugandese kinderen. ‘Grotere organisaties komen vaak met een politieke boodschap. Je bereikt meer als je rechtstreeks communiceert.’

De stichting wil kinderen middelen en kennis aanreiken die cruciaal zijn voor een zelfstandig bestaan. Ugandese kinderen uit de projecten zijn bijvoorbeeld verenigd in een dansgroep waarmee ze op tournee gaan door Nederland. Tervelde: ‘Van die opbrengsten betalen zij hun eigen schoolgeld. Het gaat erom dat ze onafhankelijk worden. Uiteindelijk moeten de kinderen het toch zelf doen.’

Controle
Controle uitoefenen is volgens Tervelde bij een particulier initiatief veel makkelijker. Omdat er alleen maar vrijwilligers werken komt het sponsorgeld ook daadwerkelijk in Uganda terecht. ‘Dit gebeurt zonder omwegen, dus ook makkelijk uit te leggen aan je achterban.’

Schulpen verklaart: ‘Het is een logisch fenomeen dat grote organisaties, juist omdat zij zo bekend zijn, kritisch worden gevolgd. In de media is vooral aandacht voor wat er mis gaat bij de grotere organisaties en minder voor wat er wel goed gaat.’

Als het aan hem ligt, storten we onze centen dus op de bankrekening van Unicef of het Rode Kruis. ‘Deze organisaties houden zich naast het bouwen van scholen en ziekenhuizen ook bezig met zaken die cruciaal zijn als je structurele veranderingen wilt bewerkstelligen. Ze doen naast directe armoedebestrijding ook aan lobbywerk bij het bedrijfsleven en gaan met regeringen om de tafel zitten.’

Gepubliceerd in JOIN Booming Africa.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s