Instrument van de Iraanse regering

Een jonge knul met heel veel ambitie en een droom: hij wilde schrijver worden. Maar in zijn puberjaren werd het tot nu toe onbevangen leven van David Danish bruut verstoord. Gebukt onder het regime van Khomeini werkte hij als journalist in de strijd tussen Iran en Irak. ‘Ik opereerde in het systeem. Verzet was geen optie.’

Avansdocent David Danish werd in 1966 geboren in het Iraanse Teheran. Jarenlang werkte hij daar als journalist in de strijd tussen Iran en Irak. Danish werd 118 keer opgepakt. Hij was zijn leven in Iran niet meer zeker en vluchtte uiteindelijk naar Europa.
Tijdens de Iraanse revolutie in 1978 werd de dictatoriale, pro-westerse Mohammed Reza Pahlavi afgezet ten gunste van een islamitische republiek onder leiding van Ruhollah Khomeini. ‘Ik ben voor allerlei zaken opgepakt. De muziek stond te hard in de auto. Als ik een spijkerbroek droeg. Meestal kwam ik snel weer vrij, maar ik heb ook wel eens twee maanden op een eiland gevangen gezeten.’

Voetsoldaat
Danish studeerde Journalistiek aan de Universiteit en liep stage bij een krant in Teheran. Iran had op dat moment een strategische positie: belangrijke handelsroutes tussen de Sovjet-Unie, Pakistan en het Midden-Oosten doorkruisten het land. In 1980 viel het leger van Saddam Hoessein de olierijke provincie Khoezistan binnen.
Gevolg: een jarenlange strijd tussen Iran en Irak, die naar schatting aan beide kanten bijna een miljoen levens kostte. ‘Het is het ergste conflict na de Tweede Wereldoorlog, waar naar verhouding opvallend weinig over geschreven is’, aldus Danish.
Toen hij achttien werd, moest Danish zijn dienstplicht vervullen. ‘Ik wilde in het leger mijn vak uitoefenen. Maar er waren al genoeg journalisten, ik kreeg een andere functie: ik werd voetsoldaat. Na twee jaar had ik mijn dienstplicht vervuld. Eventueel roepen ze je later nog op, gelukkig hebben ze dat nooit gedaan.

Tweede naam
Hij studeerde af en bouwde verder aan zijn carrière als journalist en fotograaf bij verschillende kranten in Teheran. Danish schreef zoveel artikelen dat hij een tweede naam kreeg. Ook werkte hij als vertaler: ‘Ik moest alles wat op de redactie binnenkwam filteren op informatie over Iran, ook van de buitenlandse pers. Zelfs van Iraanse auteurs werd bijna 95 procent niet toegelaten.’
‘Journalisten moeten sturing geven aan de politiek, niet andersom’, benadrukt Danish. Maar onafhankelijke journalistiek was in die situatie ondenkbaar, legt hij uit. Last van zijn geweten heeft hij dan ook niet. ‘Ik zocht de grens op, wat wel mocht en wat niet. Ik opereerde in het systeem. Ik kon niet anders, verzet was geen optie.’

Propaganda
Het vertrouwen in Danish was groot: hij kreeg de opdracht om voor het Ministry of Culture and Islamic Guidance te gaan werken. ‘Ik was tolk en begeleider van buitenlandse journalisten. Ik moest propaganda maken, en het team dat hier verantwoordelijk voor was, leiden.’ Zijn functie werd nog belangrijker toen Danish met Khomeini mee moest reizen om zijn bezoeken vast te leggen: ‘Het was altijd een droom van me geweest om journalist te worden. Maar op dat moment was ik een instrument van de regering. Daardoor ging ik mezelf haten.’

Maar de journalistieke ambitie van Danish was nog altijd aanwezig. Hij ging weer werken bij ‘zijn’ krant. Maar nadat hij een kritisch artikel schreef over het machtsmisbruik van de regering, werd hij ondervraagd door de veiligheidsdienst.
‘Zij wilden vooral van me weten hoe ik het in mijn hoofd haalde om zo’n artikel te plaatsen. Mijn hoofdredacteur – een vertrouweling van de regering – had ingestemd met het artikel, dat heb ik ze duidelijk gemaakt. Ik heb er alleen niet bij verteld dat hij dom was, en niet kon lezen.’

Koerdische smokkelaar
Een bevriende collega van Danish tipte hem op een dag: de Iraanse veiligheidsdienst was naar hem op zoek. ‘Ik heb me een paar dagen niet op de redactie laten zien. Toen ik belde of ik weer terug kon komen, werd duidelijk dat ik dit beter niet kon doen. Ik moest vluchten.’
Via één van zijn vele kennissen kwam hij in contact met een Koerdische smokkelaar. ‘Ik moest naar Europa, daar was ik veilig. Samen met de smokkelaar ben ik drie dagen op een paard onderweg geweest naar Turkije.’ Maar daar wilde Danish niet blijven, Iranese vluchtelingen konden in Turkije alsnog gearresteerd worden. In 1990 ging hij dan ook in Nederland wonen.

In Nederland bleken veel media interesse in zijn verhaal te hebben. Hij publiceerde ontelbare artikelen in kranten en tijdschriften.
Later schreef hij zijn ervaringen en belevenissen tijdens de oorlog tussen Irak en Iran op in boekvorm. In zijn debuutroman, Een goede dag om te sterven (2006), schrijft hij over zijn eigen ervaringen. Ook De zelfmoordacademie (2009) geeft een waarheidsgetrouw beeld van een persoonlijk verhaal in de conflictsituatie. ‘Het is non-fictie in fictie’, omschrijft Danish. ‘Een weloverwogen keuze, op de manier kunnen mensen zich beter inleven.’

Het schrijversbloed van Danish stroomt nog steeds. Hij schrijft momenteel zijn derde boek: Onder de gelovigen, over journalistiek en ethische dilemma’s.

Gepubliceerd in Punt., het onafhankelijk magazine van Avans Hogeschool.