Studeren met goud op zak

Na tien turbulente topsportjaren en twee paralympische medailles leidt Kelly van Zon, Avansstudent Sociaal Pedagogische Hulpverlening, nu een heel ander leven: het studentenleven. ‘Ik wil in de zorg werken, in het ziekenhuis. Dat is altijd al een droom van me geweest.’

Ze bleek ongekend veel talent te hebben voor tafeltennis. Kelly van Zon, die een beenhandicap heeft, greep in 2010 de wereldtitel en Europese titels in 2009 en 2011. Van de Paralympics in Peking kwam ze in 2008 terug met brons. En haar tweede paralympische medaille behaalde ze afgelopen zomer in Londen: goud. ‘Ik kwam hoger op de ranglijsten, ging van de B-selectie naar de A-selectie. Ik mocht meedoen aan internationale toernooien, daar won ik van spelers waar ik nog nooit van had gewonnen.’

Kelly’s linkerbeen is elf centimeter korter dan haar rechterbeen. Daardoor zijn links de spieren minder ontwikkeld en heeft ze een heup- en voetafwijking. Maar nuchter als ze is, voelt Kelly zich hier niet minder of anders door. ‘Ik ben altijd onder valide mensen geweest. Mijn ouders hebben me gelukkig ook niet naar een speciale school gestuurd ofzo. “Er mankeert niets aan dat koppie”, zeiden ze dan.’

Pingpongen in de schuur
Vroeger wilde ze alle sporten weleens uitproberen. Karate, paardrijden, zwemmen en tennis. Zo vond ze ook het tafeltennisbatje van haar vader in de schuur en pingpongde wat. Negen jaar was de Dingense toen ze begon met tafeltennis. De jaren erna wist ze in binnen- en buitenland verschillende titels binnen te slepen.

De afgelopen jaren trainde Kelly niet alleen voor de Paralympische Spelen en internationale toernooien. Naast haar drukke trainingsschema doordeweeks speelt ze op vrijdag en zaterdag ook twee competities: bij de Veenendaalse dames van SKF én bij de heren van TVV Wanz/Belcrum in Breda. Bij de validen: ‘Want ik wil me ook meten met valide spelers. Gehandicapten hoeven niet alleen met of tegen andere gehandicapten te sporten.’ En dat gaat haar niet slecht af. Op de nationale ranglijst staat ze bij de dames op nummer 37. ‘Het is een extra uitdaging voor mij om tegen validen en heren te spelen. Ook zij moeten knokken om van mij te kunnen winnen.’

Paralympisch goud
‘De Paralympische Spelen in 2012 kwamen op het perfecte moment. Ik had toen even geen werk, geen opleiding.’ anderhalf jaar trainde ze voor Londen. Met haar sparringspartner en trainer Remy Beelen werkte ze in Neationaal Sportcentrum Papendal een strak trainingsschema af. ‘Vijf uur per dag, vier dagen in de week. Ik bleef daar ook slapen. Het was niet altijd makkelijk want af en toe voelde ik me best eenzaam: alleen op een hotelkamer, alleen ontbijten.’

‘De druk was erg hoog. Ik had niet eens per se die gouden medaille in het vizier, maar ik wilde wel de finale halen. Tijdens de halve finale, die nog even spannend was, gierde de adrenaline dan ook door mijn lichaam.’ En na die zinderende wedstrijd klopte Kelly in het slotduel ook haar Russische tegenstander. De gouden plak was voor haar. ‘Daar heb je het dan allemaal voor gedaan. Echt een overgetelijk moment was dat.’

Werken in de zorg
Er is bijna niets wat ze wél wil maar niet kan. Bijna niets, want liefst was Kelly verpleegkundige geworden. ‘Ik wil in de zorg werken, in het ziekenhuis. Dat is altijd al een droom van me geweest.’ Maar vanwege het fysieke aspect hiervan kan ze haar droombaan niet uitoefenen. ‘Ik kan bijvoorbeeld geen mensen tillen. Maar wel kinderen en hun ouders begeleiden. Ik heb zelf ook veel operaties gehad. En ben ook wel eens in het diepe gegooid, dat ik niet precies wist wat er ging gebeuren. Mijn eigen ervaringen kan ik daarbij gebruiken.’

Na turbulentye topsportjaren en een memorabele zomer leidt Kelly nu een heel ander leven: het studentenleven. ‘Ik heb heel veel tijd en vrijheid, dat bevalt me ook wel. Ik kan nu weer lekker op stap. En studeren natuurlijk.’ De focus ligt op haar studie momenteel maar tafeltennis zit in haar hart: ‘De weekendcompetities gaan gewoon door. Ook moet ik natuurlijk mijn titels verdedigen op de kampioenschappen.’ En Rio de Janeiro over twee jaar? ‘Dat is nog iets te ver weg.’

Gepubliceerd in Punt., het onafhankelijk magazine van Avans Hogeschool.